Waarom investeren alleen niet genoeg is. Rapport-Wennink verdienstelijk maar beperkt.

Door Henk Krijnen

Nederland staat voor een ongekende investeringsopgave. Dat is kortweg de strekking van het rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’ dat meteen bij publicatie veel bijval kreeg. Maar terwijl wordt opgeroepen om honderden miljarden vrij te maken voor de hoogstnoodzakelijke technologische vernieuwing, wordt de kernvraag ontweken: waaróm investeren we eigenlijk, en voor wíe? Er is behoefte aan een bredere blik op economische strategie waarbij technologie niet als doel maar als middel wordt gezien. Want welvaart is meer dan groei alleen: het draait om de samenleving die we met die groei willen bouwen.

(Bron: You Tube)

Een land op een kantelpunt

Er zijn momenten waarop het nodig is dat een land naar zichzelf in de spiegel kijkt. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat duidelijk wordt dat de fundamenten onder het succes geleidelijk verzakken. Het Rapport-Wennink is een product van precies zo’n moment. Het ademt urgentie: een vertraging van economische groei, een overheid die bezwijkt onder haar eigen regels, bedrijven die dreigen te vertrekken, technologische afhankelijkheden die toenemen.

De boodschap is helder en wordt uitgebreid ondersteund met cijfers: Nederland moet meer investeren. Veel meer. Maar wie het rapport leest vanuit een bredere visie op de rol van de staat en de waarde van technologie, merkt dat er iets ontbreekt. Niet zozeer in de diagnose, ook niet in de ambitie. Het ontbreekt aan een verhaal achter het verhaal: waarom investeren we? Voor wie? En wat betekent ‘toekomstige welvaart’ eigenlijk?

Het economische verhaal klopt, maar is te smal

Het rapport rekent voor dat Nederland in de komende tien jaar zo’n 150 tot 190 miljard euro extra nodig heeft om de productiviteitsgroei een meer dan noodzakelijke impuls te geven. Het koppelt deze investeringsslag aan vier grote technologische domeinen: digitalisering en kunstmatige intelligentie, energie en klimaat, life sciences en biotechnologie, veiligheid en weerbaarheid. Deze domeinen worden gepresenteerd als motoren van welvaart. Dit zorgt ervoor dat Nederland een relevante speler blijft op het geopolitieke speelveld.

Het is een overtuigende redenering, maar wel één die technologie als een iets te vanzelfsprekende route naar vooruitgang behandelt. De veronderstelling is: groei en innovatie kunnen met extra kapitaal worden aangejaagd. De staat wordt beschouwd als een efficiënte machine die blokkades opheft voor de bloei van de private sector.

Wat mondjesmaat aan de orde komt, is welke maatschappelijke doelen moeten worden gesteld. Digitalisering wordt vooral beschouwd als voertuig voor economische ontwikkeling. De energietransitie zoals die nu verloopt, roept vragen op over betaalbaarheid en eigenaarschap, maar in het rapport krijgen die nauwelijks aandacht.

Technologie is nooit neutraal

Door technologie centraal te stellen, krijgen publieke waarden een lage prioriteit. Het rapport kijkt naar technologie alsof ze buiten de samenleving staat. Alsof artificiële intelligentie alleen een strategische investering is, en niet ook een systeem dat democratische processen kan beïnvloeden. Alsof biotechnologie een industrie is, en niet een kracht met een grote impact op gezondheidsinstituties, voedselketens en ethische keuzemogelijkheden. Alsof de energietransitie slechts een technisch vraagstuk is, en geen sociale opgave die bepaalt wie meekan en wie achterblijft.

Technologie draagt altijd een visie op de samenleving in zich. Ze versterkt bepaalde machtsverhoudingen en verzwakt andere. Ze creëert nieuwe vormen van ongelijkheid of biedt juist kansen om die te verkleinen. De vraag is niet: in welke technologieën moeten we investeren? De vraag is: welke problemen willen we oplossen – en welke technologie helpt daarbij?

Waarom de overheid meer moet zijn dan een efficiënte facilitator

Het rapport richt zich op het versnellen van vergunningverlening, het vereenvoudigen van regelgeving en het vergroten van slagvaardigheid. Het pleit voor een nationale investeringsbank en een agentschap voor baanbrekende innovatie.

Dit zijn ongetwijfeld belangrijke moderniseringen. Maar het blijft een visie op de overheid als technocratische facilitator, een instantie die vooral moet voorkomen dat ze bedrijven in de weg loopt. Wie het rapport leest vanuit het idee dat de staat niet slechts een markt-reparateur is, maar een maatschappelijk vormgever ziet opvallende blinde vlekken. De overheid wordt gezien als beheerder van randvoorwaarden, niet als actor die zelf richting geeft, durft te experimenteren en nieuwe markten creëert.

Toch laten de grootste innovaties van de afgelopen halve eeuw een ander beeld zien. Internet, gps, de basis voor AI, de mRNA-technologie achter covidvaccins – ze ontstonden dankzij een overheid die zelf risico’s nam, die missies formuleerde en daarmee sturing gaf aan marktwerking. De staat was toen niet alleen een administratieve machine, maar een ondernemende kracht. Het rapport onderschat wat er mogelijk is wanneer de overheid niet alleen faciliteert, maar ook initieert.

Publieke risico’s, private opbrengsten

Een opvallend ongemak in het rapport is de rolverdeling tussen publiek en privaat. De overheid wordt geacht grote investeringen te doen om randvoorwaarden te scheppen, terwijl bedrijven profiteren van de opbrengsten. Dit is een klassieke paradox: de risico’s worden gesocialiseerd, de opbrengsten geprivatiseerd.

Het rapport laat onbesproken hoe de samenleving kan delen in de waarden die ze via de overheid zelf creëert. Mechanismen voor publieke opbrengsten – denk aan aandelen, open licenties, terugvloei-afspraken of publiek eigenaarschap in welke vorm dan ook – worden niet genoemd. Terwijl juist daar de legitimiteit ligt van het plegen van grote publieke investeringen.

Innovatie is ook sociaal, niet alleen technologisch

Het rapport ziet innovatie vooral als het optellen van kapitaal, talent en technologie. Maar innovatie is ook een sociaal proces, dat afhankelijk is van vertrouwen, samenwerking en democratische betrokkenheid. Het succes van technologische innovatie wordt uiteindelijk bepaald door de vraag of mensen zich eigenaar voelen van de verandering die op hen afkomt.

Nederland kan technologisch nog zo’n sterke economie worden: als burgers zich niet gehoord, niet betrokken en niet beschermd voelen, mislukt de transitie alsnog. Een echte toekomststrategie verbindt technologie en maatschappij, niet achteraf, maar vanaf het begin.

Het Rapport-Wennink is moedig van opzet. Het stelt terechte vragen over concurrentiekracht, strategische autonomie en noodzakelijke investeringen. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Publieke waarden centraal

Toekomstige welvaart vraagt om meer dan een zuiver-economische investeringsagenda. Ze vraagt om een visie op de samenleving die we willen bouwen, en op de rol van innovatieve technologie in die samenleving.

Investeren is noodzakelijk. Maar investeren zonder doel is blind. De vraag is dus niet óf we moeten investeren, maar welke toekomst we willen. We hebben een agenda nodig die antwoord geeft op de vraag: hoe bouwen we een rechtvaardige, duurzame, veerkrachtige samenleving waarin technologie in dienst staat van publieke waarden? Dat is de werkelijke route naar toekomstige welvaart.

Lees het rapport:

https://www.rapportwennink.nl

Hier een videoregistratie van de presentatie:

Publicatie rapport Wennink