Van schuld naar vermogen. Nieuwe wending in het begrotingsdebat

Door Henk Krijnen

In twee eerdere bijdragen op Progressief.nu betoogden wij dat het Nederlandse begrotingsdebat in de ban is van traditionele opvattingen over begrotingsruimte en staatsschuld. In Behoudzuchtige ideeën over begrotingsruimte zetten de toon stelden we dat financieel conservatisme onze politieke verbeelding beperkt. In Sneuvelt het dogma van de te hoge staatsschuld? analyseerden we hoe de spanning tussen spaarzaamheid en maatschappelijke investeringen de formatie gevangen hield. En in het Trouw-opinieartikel Een hogere staatsschuld als onderdeel van een groene investeringsagenda is goed te verdedigen voor links bepleitten we dat publieke investeringen soms juist vragen om een ruimere interpretatie van wat gezonde overheidsfinanciën zijn.

Van staatsschuld naar vermogensbelasting

De hernieuwde discussie over een hogere vermogensbelasting sluit logisch aan op het eerdere debat over begrotingsruimte en staatsschuld.

Daarbij staat opnieuw niet zozeer een technische fiscale maatregel centraal, maar een politieke hoofdvraag: hoe financiert Nederland de grote maatschappelijke opgaven van de komende jaren, en wie draagt uiteindelijk de lasten?

(Bron: website Trouw)

Nog voordat de begrotingsonderhandelingen na de zomer beginnen, tekenen de politieke verhoudingen zich al scherp af. De uitspraken van D66-minister Hans Vijlbrief over een hogere belasting op vermogen lijkt op het eerste gezicht een klassiek meningsverschil over fiscale politiek. In werkelijkheid gaat het over een fundamentelere vraag: wie draagt de kosten wanneer de begroting niet sluitend blijkt te zijn?

De aanleiding is bekend. Vijlbrief bracht naar voren dat een hogere belasting op vermogen “geen taboe” mag zijn als de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid onvoldoende haalbaar blijken. Daarmee legde hij geen uitgewerkt kabinetsvoorstel op tafel, maar presenteerde hij wel een alternatieve visie die haaks staat op de voorkeur van de VVD. Waar de liberalen vasthouden aan de afspraken uit het coalitieakkoord en primair willen sturen op uitgavenbeheersing, wijst D66 nadrukkelijk ook naar de inkomstenkant van de begroting.

Dat verschil van inzicht is niet nieuw. Nieuw is wel dat het nu publiekelijk zichtbaar wordt, nog voordat de feitelijke begrotingsonderhandelingen zijn begonnen.

Premier Rob Jetten probeerde de spanning onmiddellijk te relativeren. Volgens hem hoort het bij een kabinet dat er verschillende opties worden verkend en is er geen sprake van een crisis. Formeel heeft hij gelijk. Politiek gezien laat de discussie echter iets anders zien: binnen de coalitie worden de onderhandelingsposities alvast gemarkeerd.

Meer dan een belastingdiscussie

Wie de berichtgeving in de media naast elkaar legt, ziet een opmerkelijke overeenkomst. Vrijwel geen van de artikelen gaat over de precieze vormgeving van een vermogensbelasting. De kernvraag luidt steeds: hoe wordt de begroting sluitend gemaakt wanneer bezuinigingen maatschappelijk of politiek niet uitvoerbaar blijken?

Daarmee verschuift het debat van techniek naar politieke keuzes.

(Bron: website De Telegraaf)

Moeten de noodzakelijke miljarden vooral worden gevonden door de collectieve uitgaven verder terug te dringen? Of ligt het voor de hand ook groepen met veel vermogen een hogere bijdrage te vragen? Achter de fiscale discussie gaat een breder verschil van inzicht schuil op de toekomst van de verzorgingsstaat: hoe wordt de solidariteit financieel verankerd en hoe worden de lasten verdeeld?

Minderheidskabinet betekent voortdurend onderhandelen

Voor het kabinet-Jetten krijgt deze discussie extra gewicht doordat het geen meerderheid in de Tweede Kamer heeft. Vrijwel iedere grote begrotingsmaatregel zal uiteindelijk steun van oppositiepartijen moeten krijgen.

Dat verandert de logica van regeren. Coalitieafspraken zijn niet langer het eindpunt van politieke besluitvorming, maar het vertrekpunt van nieuwe onderhandelingen. Daardoor worden publieke standpunten belangrijker: niet alleen voor de eigen achterban, maar ook voor mogelijke partners buiten de coalitie.

De uitspraken van Vijlbrief kunnen daarom ook worden gelezen als een signaal aan partijen die al langer pleiten voor een zwaardere belasting op hogere vermogens. Tegelijk maakt de VVD onomwonden duidelijk dat zij haar traditionele profiel op lastenverlichting en terughoudendheid bij belastingverhogingen niet wil prijsgeven.

De werkelijke politieke keuze

Interessanter dan de vraag óf de vermogensbelasting omhooggaat, is de vraag welke politieke afweging uiteindelijk wordt gemaakt.

Als de ruimte voor extra bezuinigingen beperkt blijkt, ontstaan drie mogelijkheden. Er wordt alsnog dieper gesneden in de sociale zekerheid en publieke voorzieningen. Er worden extra belastinginkomsten gezocht, bijvoorbeeld via vermogen. Of er ontstaat een combinatie van beide.

(Bron: website de Volkskrant)

Welke route uiteindelijk wordt gekozen, zegt veel over de koers van het kabinet en over de politieke meerderheid die daarvoor gevonden wordt.

Een debat dat verder reikt dan de begroting van 2027

De komende begrotingszomer zal daarom niet alleen gaan over cijfers, koopkrachtplaatjes en begrotingsregels. Zij raakt aan een bredere vraag die de Nederlandse politiek de komende jaren zal blijven bezighouden: hoe worden de kosten van vergrijzing, klimaatbeleid, defensie, woningbouw en economische vernieuwing verdeeld?

In dat licht zijn de uitspraken van Vijlbrief minder een incident dan een volgende stap in een veel fundamenteler debat over de financiering van de Nederlandse verzorgingsstaat. Eerst ging de discussie over de ruimte die een hogere staatsschuld kan bieden voor publieke investeringen. Nu verschuift zij naar de vraag welke rol belasting op vermogen daarbij kan spelen.

De terugkeer van het formatiedebat

Na de zomer wordt duidelijk of de coalitie deze spanning binnen het kabinet kan oplossen.

Lukt dat niet, dan verschuift het zwaartepunt naar de Tweede Kamer. Daar zullen opnieuw politieke meerderheden moeten worden gesmeed voor keuzes die tijdens de formatie niet zijn gemaakt.

Kwesties die tijdens de formatie zijn doorgeschoven, keren via de begroting terug op de politieke agenda. Zo wordt het begrotingsdebat niet alleen een discussie over cijfers, maar ook een politiek gevecht over de financiering van de verzorgingsstaat.

Recente perspublicaties

Vlak voor het zomerreces gooit Hans Vijlbrief (D66) de voor de VVD zeer onwenselijke hogere vermogensbelasting toch op tafel | Trouw

Vijlbrief: hogere belasting op vermogens ipv bezuinigingen sociale zekerheid

D66-minister zet deur open naar hogere belasting op vermogen, tegen wens van VVD in | de Volkskrant

Vijlbrief: hogere vermogensbelasting mag geen taboe zijn | BNR Nieuwsradio

Kabinet maakt zich op voor pittige begrotingszomer, maar Jetten is optimistisch

Vermogenstaks omhoog? D66 en VVD botsen over bezuinigingen | De Telegraaf

Heibel in kabinet over belastingen? Jetten zegt van niet, maar er is toch wel irritatie | Nieuws | AD.nl


Onze eerdere artikelen

Behoudzuchtige ideeën over begrotingsruimte zetten de toon. Intussen wordt aan de formatietafel het financieel beleid voor de komende jaren vastgelegd. – Progressief.NU

Sneuvelt het dogma van de te hoge staatsschuld? Formatie gevangen tussen spaarzaamheid en ambitie. – Progressief.NU

Een hogere staatsschuld als onderdeel van een groene investeringsagenda is goed te verdedigen voor links – Progressief.NU