Door Henk Krijnen en Radi Suudi
Bij aanvang van het Kamerreces is in de Nederlandse politiek een periode van bedrieglijke rust ingetreden. Wacht maar tot de verkiezingscampagne van start gaat, dan barsten de vijandelijkheden los. Landelijke politici zouden er goed aan doen de luwte van de zomermaanden verstandig te gebruiken.
Voor de combinatie GroenLinks-PvdA ligt de lat meteen erg hoog. Want de kersverse fusiepartij maakt namelijk een serieuze kans om op 29 oktober de grootste, of in elk geval de tweede, partij van Nederland te worden. Omdat de PVV door vrijwel alle partijen bij voorbaat van regeringsdeelname is uitgesloten, is de kans groot dat GroenLinks-PvdA het voortouw in de formatie kan nemen.
Nu een centrum-links kabinet-Timmermans een reële mogelijkheid is, moet de nieuwe progressieve middenpartij, die GroenLinks-PvdA is, letterlijk meer smoel krijgen. In navolging van onder meer Joop van den Berg, ex-directeur van de Wiardi Beckman Stichting, pleiten we voor de vorming van een GroenLinks-PvdA-schaduwkabinet. Als die potentiële ministersploeg bij de opening van het politieke seizoen samen met het nieuwe verkiezingsprogramma wordt gepresenteerd, kan hier een stevig wervend effect van uitgaan. Zeker als tegelijkertijd een compact progressief regeerprogramma wordt ontvouwd.
Er zijn geen vaste regels voor een dergelijk initiatief. In de politieke verhoudingen van 2025 is een meer-partijen-schaduwkabinet helaas niet realistisch. Het progressieve kamp is daarvoor momenteel nog te verdeeld. In de tijd van Keerpunt ‘72 lag dat anders. Een beoogde progressieve regeerploeg hoeft ook niet iedere denkbare ministerspost te omvatten. Een kernkabinet met schaduwministers is voldoende. GroenLinks-PvdA doet er verstandig aan te focussen op een beperkt aantal sleutelterreinen waarop het zich in de campagne strategisch profileert. Per terrein kunnen aansprekende mensen met een sterk bestuurlijk of inhoudelijk track record naar voren worden geschoven. Dat kunnen deels mensen zijn uit de eigen partijgelederen, maar ook mensen uit de wetenschappelijke hoek, uit allerhande maatschappelijke sectoren en uit het bedrijfsleven. De crux is: zijn zij bereid de eigen naam eraan te verbinden? Een spannende mix van uiteenlopende kandidaat-ministers zou het mooiste zijn.
Een schaduwkabinet is een goede manier om de cirkel om lijsttrekker Timmermans te verbreden. Hij heeft ruime ervaring in Nederland en Europa, wat hem een sterk premiersprofiel geeft. Maar het zou nog sterker zijn om hem te omringen met een aantal hooggekwalificeerde vleugelspelers – met reputatie op een belangrijk beleidsterrein en met het vermogen om ook jongere generaties aan te spreken. Enkele ervaren lokale en regionale bestuurders zouden ook een prominente plek in zo’n schaduwkabinet moeten krijgen. Zij kunnen verwijzen naar de manier waarop zij concrete problemen op het gebied van wonen, zorg, arbeid en inkomen hebben aangepakt. Zo kan de hardnekkige mythe dat GroenLinks-PvdA een club is van wereldvreemde types, die veraf staan van de problemen van de ‘gewone Nederlander’, met sprekende voorbeelden uit de beleidspraktijk van alledag worden bestreden. Dit dwingt andere partijen bovendien daar eigen voorbeelden tegenover te zetten.
Doorslaggevend lijkt ons de keuze voor een progressieve schaduwminister van financiën. Dit moet een man of vrouw zijn die in staat is, met beheersing van de complexe macro-economische thematiek, een progressieve begrotings- en investeringsstrategie te ontwerpen en die in de campagne op een simpele en geloofwaardige manier aan het electoraat uit te leggen. Timmermans kan zich intussen als de senior-teamleider profileren.
De vraag is hoe de extra defensie-uitgaven zich financieel gaan verhouden tot de toezegging van Timmermans om dit niet ten koste te laten gaan van de voorzieningen van de verzorgingsstaat. Links staat voor de taak om over anderhalve maand een goed doortimmerd financieel verhaal neer te zetten dat zich wezenlijk onderscheidt van dat van de VVD.
Voordeel is dat een aantal mensen uit het progressieve smaldeel dat straks een goede kans maakt om minister te worden nu al betrokken kan worden bij het uitwerken van plannen. Ook kunnen zij van meet af aan als adviseur in de informatie en formatie meedraaien. Daarmee wordt dus een deel van het proces dat zich traditioneel na de verkiezingen achter gesloten deuren afspeelt naar voren gehaald en tot onderdeel van de verkiezingscampagne gemaakt, net als in 1971 en 1972.
Natuurlijk is er geen garantie dat de leden van het progressieve schaduwkabinet van GroenLinks-PvdA ook daadwerkelijk op de ministersposten terechtkomen. Dat doet er even niet toe. Hoofdzaak is dat een effectieve campagne wordt gevoerd, waarbij met heldere plannen, overtuigende voorbeelden en goede mensen wordt geprobeerd zoveel mogelijk steun te verwerven onder de kiezers. Inzet zou moeten zijn om een kwaliteitsvolle campagne te voeren die andere partijen dwingt om politiek kleur te bekennen. Wat zou het een verademing zijn als partijen al in de aanloop naar de verkiezingen aangeven met welke andere partijen zij bereid zijn om na de verkiezingen in zee te gaan. Uiteraard na een harde maar faire, en vooral inhoudelijk gedreven, verkiezingsstrijd.
Henk Krijnen en Radi Suudi zijn beiden politicoloog en oprichters van de website progressief.nu
Je kunt dit artikel ook lezen op de opiniesite joop.nl https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/progressief-schaduwkabinet-kan-voor-politieke-doorbraak-zorgen
