Door Henk Krijnen
CDA en D66 bevinden zich in een lastige spagaat. De formerende partijen zitten klem tussen de traditionele Haagse zuinigheid en de groeiende roep om fors te investeren in de toekomst. Enerzijds willen zij financieel verantwoord blijven handelen, anderzijds neemt de druk toe om te investeren in economie, infrastructuur en klimaat. Hoe de begrotingsregels worden toegepast, wordt daardoor een cruciaal strategisch thema voor de komende coalitie.
CDA: investeren voor groei
CDA-leider Henri Bontenbal zoekt ruimte door terug te grijpen op een initiatiefnota van zijn financieel woordvoerder Inge van Dijk, voormalig bankier. Zij pleit al langer voor versoepeling van de Nederlandse begrotingsregels. Volgens haar betalen investeringen die de economie versterken zichzelf uiteindelijk terug en rechtvaardigen zij een tijdelijke stijging van de staatsschuld. Daarbij denkt zij vooral aan grote infrastructuurprojecten zoals spoorlijnen en het hoogspanningsnet, maar ook aan onderzoeksinstituten die innovatie stimuleren.
Bontenbal borduurt hierop voort en stelt dat een volgend kabinet “net iets anders” naar de begrotingsregels moet kijken. Hij wil een principieel onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven, zoals sociale voorzieningen, en investeringen die toekomstige groei opleveren of grote maatschappelijke kosten voorkomen, bijvoorbeeld door klimaatadaptatie. Dergelijke investeringen ziet hij niet als luxe, maar als noodzakelijk om Nederland economisch en ecologisch weerbaar te maken.
D66: begroten voor brede welvaart
D66-leider Rob Jetten beweegt zich in dezelfde richting, al formuleert hij zijn boodschap voorzichtiger. Het partijprogramma zet echter duidelijk een nieuwe koers uit: Nederland zou moeten “begroten voor brede welvaart”. Dat betekent dat de overheid niet alleen kijkt naar directe kosten, maar ook naar maatschappelijke baten en de prijs van nietsdoen. Daarmee zet D66 vraagtekens bij de klassieke Zalmnorm, die elk risico op overschrijding van uitgaven uitsluit en geen ruimte laat voor het verzilveren van toekomstige opbrengsten.
VVD: behoud van degelijkheid
Opvallend is dat ook het bedrijfsleven, traditioneel bondgenoot van de VVD, expliciet pleit voor een ruimere begroting. De VVD blijft echter de meest uitgesproken verdediger van de oude zuinigheid en benadrukt dat investeringen altijd moeten worden terugverdiend: elke euro moet ergens vandaan komen. Tegelijk probeert de partij pragmatisch ruimte te laten voor dringende investeringen, om zo invloed te behouden op het financiële kader. Een te rigide opstelling zou averechts werken.
Bedrijfsleven steunt investeringsagenda
De druk om de begrotingsorthodoxie te verlaten komt niet alleen uit de politiek. VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen sprak tijdens het formatieoverleg expliciet steun uit aan Bontenbal en Jetten. Zij betoogde dat Nederland juist nu moet investeren in digitalisering, energietransitie en infrastructuur, en dat financiering via nieuwe staatsleningen verantwoord is. Met een staatsschuld van 43,7 procent van het bbp zit Nederland ruim onder het EU-plafond van 60 procent en lager dan veel andere EU-landen, wat de politieke ruimte vergroot om de begrotingsregels flexibeler toe te passen.
Zalmnorm op de wip
Deze nieuwe geluiden staan in scherp contrast met de gevestigde begrotingscultuur in Den Haag. Sinds de jaren ’90 bepaalt de Zalmnorm het financiële denken: kabinetten leggen hun uitgaven strak vast, meevallers verdwijnen automatisch in de schatkist en tegenvallers mogen niet worden gecompenseerd met extra bezuinigingen. Hoewel nooit wettelijk verankerd, heeft deze aanpak de status van een dogma gekregen. Opvallend is dat Nederland ondanks een van de laagste staatsschulden in de eurozone strenger begrotingsbeleid voert dan de meeste andere landen.
Maar de kritiek op de Zalmnorm groeit. Adviesorganen zoals de Raad van State waarschuwen dat de starre regels steeds vaker worden omzeild, bijvoorbeeld via grote fondsen voor groei, stikstof en klimaat. Internationale instellingen dringen bovendien aan op meer investeringen om toekomstige kosten – zoals klimaatverandering, verouderde infrastructuur en achterblijvende innovatie – te voorkomen.
GroenLinks-PvdA: ambitie met verantwoordelijkheid
GroenLinks-PvdA, dat in de huidige formatie buitenspel dreigt te worden gezet, drukt – zij het indirect – een duidelijk stempel op het debat over investeringen en sociale hervormingen. De fusiepartij ziet versoepeling van de begrotingsregels als een kans om ambitieuze plannen voor klimaattransitie, woningbouw en sociale zekerheid te realiseren. Tegelijkertijd lukt het steeds beter om een ruim investeringsbeleid van de overheid van het etiket ‘financieel verantwoord’ te voorzien: investeringen betalen zich immers op termijn terug.
Delicate balans
Alles bij elkaar ontstaat een delicate strategische balans. CDA en D66 benadrukken – vooralsnog voorzichtig – het belang van investeringen met toekomstwaarde. GroenLinks-PvdA ziet kansen voor de verwezenlijking van ambitieuze sociale en klimaatdoelen. De VVD bewaakt de financiële grenzen en haar imago van degelijkheid, maar staat vanwege pragmatische redenen onder druk om meer investeringsruimte toe te laten. Ondertussen versterkt het bedrijfsleven de legitimiteit en manoeuvreerruimte voor de coalitie.
Het politieke compromis dat hieruit kan ontstaan is een modernere, toekomstgerichte interpretatie van de Zalmnorm: herkenbaar voor de VVD, uitvoerbaar voor de coalitie en effectief voor de maatschappelijke doelen van CDA, D66 en GroenLinks-PvdA. Het lijkt erop dat het heilig huisje van de ‘te hoge staatsschuld’ wankelt. Achter de schermen weliswaar, maar toch.
D66 en CDA overwegen staatsschuld te verhogen voor extra investeringen | de Volkskrant

Hier de link naar de initiatiefnota van CDA-Kamerlid Inge van Dijk:
CDA | Inge verdedigt initiatiefnota Bescherming belastingbetaler en…
Lees ook het opinieartikel van Radi Suudi en mij over de noodzaak van een progressieve visie op staatsschuld dat ruim twee jaar geleden in Trouw werd gepubliceerd:
Opinieartikel-Henk-Krijnen-en-Radi-Suudi-Trouw-21-oktober-2023.pdf
