Politiek analist Frans Leijnse is een duidelijke stem in het debat over progressieve politiek

 

Door Henk Krijnen

Frans Leijnse (PvdA’er, oud-informateur en -Kamerlid) ontpopt zich steeds meer als een scherp waarnemer van ontwikkelingen in de Nederlandse politiek. Hij is een belangrijke stem in het debat over progressieve samenwerking. In een reeks opiniërende bijdragen heeft hij de afgelopen jaren duidelijk van zich laten horen.

In dit artikel in De Correspondent (11 maart 2025) zet hij uiteen waarom hij een heropleving van het ‘politieke midden’ voorziet:


“Net zoals autoritair-rechts alleen aan de macht komt als het daarbij geholpen wordt door het conservatieve politieke midden,  ligt de sleutel voor zijn komende afgang óók bij het conservatieve midden. Pas als de conservatieven terugkeren naar het midden en daar een nieuw politiek blok ontstaat, kan Nederland afscheid nemen van deze beschamende illiberale episode. Het goede nieuws: deze beweging is al in volle gang.”

De opstelling van de VVD is cruciaal:

“Hoe het debat over de Voorjaarsnota afloopt, valt moeilijk te voorspellen. Maar de VVD lijkt dit gevecht niet te kunnen verliezen. Breekt de PVV over de bezuinigingen, dan kan de VVD nieuwe verkiezingen ingaan met de klassieke positie van schatkistbewaarder: altijd goed.”

Vooral op de lange termijn:

“Het lijkt inmiddels ook daar doorgedrongen dat de partij sinds medio 2023 minstens twee kapitale strategische fouten heeft gemaakt.
In de eerste plaats heeft de VVD van migratie en asiel het centrale politieke thema gemaakt, terwijl algemeen bekend was dat de kiezers dit vooral een thema van Wilders vonden. (…)
Vervolgens hief de VVD ook het cordon sanitaire rond de PVV op, waardoor kiezers een reden te meer kregen om op Wilders te stemmen. (…)
De VVD wil nu beide blunders tegelijk repareren. De partij probeert de agenda van het politieke debat te veranderen naar het thema ‘werk, inkomen en economie’, waarop zij zelf (mede)probleemeigenaar is. (…) Je mag verwachten dat de VVD na een breuk in het kabinet-Schoof de campagne in zal gaan met de leus: ‘niet nog eens met Wilders’.”

Voor het nieuwe CDA heeft hij lovende woorden:

“Na het chagrijn van de rechtse politiek gaat dan misschien in 2025 de ‘zon weer schijnen in Nederland’.  Want de fundamentele heroriëntatie van het CDA op het radicale midden gaat gepaard met een herleving van waardengedreven politiek.(…) Daarom is de opleving van het CDA goed nieuws voor de hele Nederlandse politiek: voorbij populisme en cynische politiek doen maatschappelijke waarden en principes weer hun intrede in het politieke debat.”

En links moet zich volgens Leijnse nu snel hervinden. Het is zaak om “rigoureus een einde te maken aan de twijfels over de fusie en alle kracht te richten op een herformulering van het sociaaldemocratisch-groene programma.”

Zijn uitsmijter:

“Tot die tijd blijft de hoop van progressief-links Nederland gek genoeg gevestigd op de wederopstanding van de VVD en het CDA.”

  •  

In een opinieartikel in De Volkskrant kort daarvoor (5 februari 2025) bepleit hij in krachtige bewoordingen de snelle oprichting van een nieuwe progressieve partij. Verspil geen tijd met futiele discussies over fusie:

”De leden hebben zich keer op keer met grote meerderheid uitgesproken voor een volledig samengaan, de landelijke fracties zijn al gefuseerd en in 2026 volgt 88 procent van de gemeenteraadsfracties dat voorbeeld. Politiek gezien is GroenLinks-PvdA al meer dan een jaar één beweging, de kiezer weet inmiddels niet beter. Waarom dan nog weer maanden te besteden aan allerlei moeizame discussies over de partijorganisatie, die er politiek niet toe doen?”

Er moet gewerkt worden aan een wervend politiek programma dat perspectief biedt en samenwerking met het politieke midden mogelijk maakt:

“Cruciaal is dat de nieuwe beweging ook een herkenbaar politiek profiel krijgt en de agenda van het debat weer gaat bepalen. Daarvoor is een scherp en hoop biedend programma nodig dat een realistisch antwoord geeft op de grote vragen van deze tijd: hoe realiseren we een betaalbare woning voor iedereen in Nederland?

Hoe zorgen we dat de grote groep lagere inkomens voluit kan meedoen in de energietransitie? Hoe gaan we de trend dat arbeid steeds minder beloond wordt en vermogen steeds meer omkeren? Hoe gaan we de ongelijke kansen van kinderen in het middelbaar onderwijs structureel aanpakken? Hoe gaan we de commercialisering en verschraling van belangrijke publieke voorzieningen zoals jeugdzorg en huisartsenzorg terugdraaien? Er is ongelooflijk veel werk aan de winkel om dit land beter te maken, en het wordt tijd dat RoodGroen daar een programma voor heeft.”

De politieke leiding van PvdA en GroenLinks moet nu het voortouw nemen:

“Het wordt tijd dat de beide partijvoorzitters de stagnatie doorbreken. Dat kan door het voorbeeld van het CDA in de jaren zeventig te volgen en boven de beide partijen een nieuwe federatieve partij op te zetten die de politieke taken overneemt (noem deze RoodGroen).”

  •  

In het najaar van 2024 trekt Frans Leijnse fel van leer tegen de initiatiefnemers van het platform Rood Vooruit. Vier dagen eerder, op 9 oktober, had deze groep, onder aanvoering van Ad Melkert, uitgepakt met een opinieartikel in dezelfde krant met als titel ‘Fusie met GroenLinks is niet het politieke antwoord, versterk het midden’. In een opinieartikel in de Volkskrant (13 oktober 2024)  – met als kop ‘PvdA-prominenten leven in een voorbij verleden’ – neemt hij hen op de korrel.

Het begin van zijn betoog is nog welwillend:

“Waar we het over eens zijn, is dat de PvdA zijn oude arbeidersachterban is kwijtgeraakt en beeldbepalende thema’s als armoede, sociale ongelijkheid, kansenongelijkheid, woningnood en goed onderwijs is kwijtgeraakt aan andere partijen.”

Vanaf 2002 gaat het electoraal bergafwaarts met de partij. Het is belangrijk om de oorzaak daarvan onder ogen te zien:

“De historische verkiezingsnederlaag van 2017 (van 38 naar 9 zetels) liet wederom zien dat de kiezer bij het beeld van de PvdA als bestuurlijke middenpartij vooral de overweldigende neiging kreeg zo hard mogelijk weg te lopen.”

Leijnse verwerpt de suggestie dat “de oorzaak van deze werdegang is gelegen in een te linkse koers van de PvdA waardoor de partij steeds meer een ‘klimaatpartij’ zou zijn geworden.”

Hij is ervan overtuigd  dat slechts een kleine minderheid deze mening deelt:

“Algemener is de opvatting dat het weglopen van de grote groep kiezers met minder opleiding, inkomen, woongenot, gezondheid en bestaanszekerheid vooral te maken heeft met de vage middenkoers van de PvdA, zoals het ‘afschudden van de ideologische veren’ (Wim Kok), het meegaan in de neo-liberale verheerlijking van de vrije markt, de privatisering en afbraak van publieke diensten, het terugtreden van de overheid en tenslotte de medeplichtigheid van PvdA-bewindslieden aan sociale drama’s als het toeslagenschandaal en de afbraak van de sociale werkvoorziening.

Need we say more?”

Leijnse verwijst positief naar de interne pressiegroep RoodGroen:

“Deze groep benadrukte de overeenkomsten tussen de twee linkse partijen en pleitte voor een gezamenlijke politieke koers uitmondend in een samenvoeging van de partijen. Zij geloofden niet dat doorgaan op een weg waarin de PvdA met 9 zetels in de Tweede Kamer, en Groen Links met 8 zetels, een deel van hun tijd besteden aan het elkaar beconcurreren, veel nieuwe kiezers zou opleveren. Kiezers zijn niet zo geïnteresseerd in het sektarisme van de microverschillen.”

Hij onderschrijft voluit de noodzaak om het sociaaldemocratisch gedachtegoed ingrijpend te vernieuwen, maar is van mening dat dat alleen kan als PvdA en GroenLinks een gemeenschappelijke visie ontwikkelen en samen politiek optrekken:

“Daarvoor is nu vooral nodig dat de nieuwe combinatie een inspirerend toekomstgericht programma opstelt dat de schrijnende maatschappelijke problemen van het moment met realisme aanpakt.

Als de sociaaldemocratie (eindelijk) zijn kracht en visie op de toekomst van onze samenleving hervindt in een door de jongeren van PvdA en GroenLinks ontworpen politiek programma, kan de verbinding met het midden van de Nederlandse politiek (D66, NSC, CDA, CU, Volt) op een zinvolle en inhoudelijke manier worden gemaakt. Dan kan er een centrumlinks blok ontstaan dat zijn aantrekkingskracht niet alleen vindt in reactie op extreemrechts, maar vooral in een eerlijk regeerprogramma voor nu en de toekomst. Voor minder komen de kiezers van links en het midden niet terug.

Zo’n blok, met een helder stembusakkoord vooraf, is het enige dat in deze donkere tijden nog uitzicht biedt op een politieke meerderheid in Den Haag. En daarmee het enige realistische alternatief voor de rechtse poppenkast van Wilders en Schoof.”

  •  

1 oktober 2024

Beste oppositie, laat Wilders maar razen. Vertel de kiezer een beter verhaal – De Correspondent

17 juli 2023

Links, herstel de vertrouwensbreuk met de kiezers en gooi het roer radicaal om | de Volkskrant